Gods leefvoorschriften

Niet ieder die tegen Mij zegt: Heere, Heere, zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar wie de wil doet van Mijn Vader, Die in de hemelen is.

Mattheüs 7:21

Inleiding
Gods voorschriften bieden de mens echte vrijheid binnen veilige kaders. Zijn voorschriften tonen aan hoe groot Zijn liefde is voor de mens. De Schepper – die Heilig is – heeft ons deze aanwijzingen gegeven zodat wij Zijn morele kaders niet overschrijden gedurende ons levenswandel en zodoende een voorbeeld mogen zijn voor de wereld. Deze voorschriften kun je zien als vangrails die ervoor moeten zorgen dat je niet van de weg ontspoort en zware littekens oploopt, waar je later spijt van hebt. God kent al onze zwaktes en reikt ons hiermee een helpende hand.

Het consequent volgen van de Bijbelse voorschriften – geleid door de geest – zal onder andere leiden tot een leefpatroon waar:

  • liefde voor de mens centraal staat;
  • niemand onrecht wordt aangedaan;
  • aandacht is voor de zwakkeren;
  • wrok plaats maakt voor vergeving;
  • niet wordt toegegeven aan de begeertes van het vlees;
  • wij de heilige geest, die in ons woont, niet bedroeven;
  • wij God in ons leven zullen ervaren.

De Bijbel raadplegen
Hieronder zijn verschillende leefvoorschriften uit de Bijbel verzameld:

Markus 12:30-31
“En u zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht. Dit is het eerste gebod.
En het tweede, hieraan gelijk, is dit: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. Er is geen ander gebod groter dan deze.”
Galaten 5:19-21
“Het is bekend wat de werken van het vlees zijn, namelijk overspel, hoererij, onreinheid, losbandigheid, afgoderij, toverij, vijandschappen, ruzie, afgunst, woede-uitbarstingen, egoïsme, onenigheid, afwijkingen in de leer,
jaloersheid, moord, dronkenschap, zwelgpartijen, en dergelijke; waarvan ik u voorzeg, zoals ik ook al eerder gezegd heb, dat wie zulke dingen doen, het Koninkrijk van God niet zullen beërven.”
Kolossenzen 3:8-10
“Maar nu, legt ook u dit alles af, namelijk toorn, woede, slechtheid, laster, en schandelijke taal uit uw mond. Lieg niet tegen elkaar, aangezien u de oude mens met zijn daden uitgetrokken hebt, en de nieuwe mens aangetrokken hebt, die vernieuwd wordt tot kennis, overeenkomstig het beeld van Hem Die hem geschapen heeft.”
Kolossenzen 3:12-13
“Kleedt u zich dan, als uitverkorenen van God, heiligen en geliefden, met innige gevoelens van ontferming, vriendelijkheid, nederigheid, zachtmoedigheid, geduld.
Verdraag elkaar en vergeef de een de ander, als iemand tegen iemand anders een klacht heeft; zoals ook Christus u vergeven heeft, zo moet ook u doen.”
Filippenzen 3:18-19
“Want velen – ik heb dikwijls met u over hen gesproken en zeg het nu ook onder tranen – wandelen als vijanden van het kruis van Christus.
Hun einde is het verderf, hun god is de buik en hun eer is in hun schande; zij bedenken aardse dingen.”
1 Timotheüs 6:17-19
“Beveel de rijken in deze tegenwoordige wereld dat zij niet hoogmoedig zijn, en hun hoop niet gevestigd houden op de onzekerheid van de rijkdom, maar op de levende God, Die ons alle dingen in rijke mate verschaft om ervan te genieten;
ook om goed te doen, rijk te zijn in goede werken, vrijgevig te zijn en bereid om samen te delen. Zo verzamelen zij voor zichzelf een schat: een goed fundament voor de toekomst, opdat zij het eeuwige leven verkrijgen.”
Hebreeën 13:3
“Denk aan de gevangenen alsof u zelf ook gevangen bent, en denk aan hen die slecht behandeld worden, alsof u ook zelf lichamelijk slecht behandeld wordt.”
Hebreeën 13:4
“Laat het huwelijk bij allen in ere zijn en het huwelijksbed onbevlekt, want ontuchtplegers en overspelers zal God oordelen.”
Hebreeën 13:5-6
“Laat uw handelwijze zonder geldzucht zijn. Wees tevreden met wat u hebt, want Hij heeft Zelf gezegd: Ik zal u beslist niet loslaten en Ik zal u beslist niet verlaten.
Daarom zeggen wij met goede moed: De Heere is voor mij een Helper en ik zal niet vrezen. Wat zal een mens mij doen?”
Hebreeën 13:7
“Denk aan uw voorgangers, die het Woord van God tot u gesproken hebben. Let op de uitkomst van hun levenswandel, en volg hun geloof na.”
1 Petrus 4:1-2
“Welnu, omdat Christus voor ons in het vlees geleden heeft, moet ook u zich wapenen met dezelfde gedachte: wie in het vlees geleden heeft, is opgehouden met het dienen van de zonde, om nu, in de tijd die ons nog overblijft in het vlees, niet meer naar de begeerten van mensen, maar naar de wil van God te leven.”
Jakobus 2:8
“Als u echter de koninklijke wet volbrengt, volgens de Schrift: U zult uw naaste liefhebben als uzelf, dan handelt u goed.”
Leviticus 25:35-36
“En wanneer uw broeder in armoede raakt en met lege handen staat, dan moet u hem steunen, ook als hij een vreemdeling en bijwoner is, zodat hij bij u in leven blijft. U mag geen rente of winst van hem nemen, maar u moet uw God vrezen, zodat uw broeder bij u in leven blijft.”
Spreuken 12:22
“Valse lippen zijn voor de HEERE een gruwel, maar wie betrouwbaar handelen, zijn Hem welgevallig.”
Spreuken 28:6
“Een arme die in zijn oprechtheid zijn weg gaat, is beter dan wie slinkse wegen gaat, al is hij rijk.”
Spreuken 28:20
“Een betrouwbaar man heeft talrijke zegeningen, maar wie erop aast om rijk te worden, zal niet voor onschuldig gehouden worden.”
Markus 10:19
“U kent de geboden: U zult geen overspel plegen; u zult niet doden; u zult niet stelen; u zult geen vals getuigenis afleggen; u zult niemand benadelen; eer uw vader en uw moeder.”
2 Korinthe 4:1-2
“Daarom, aangezien wij deze bediening hebben naar de barmhartigheid die ons bewezen is, verliezen wij de moed niet.
Integendeel, wij hebben de schandelijke, verborgen praktijken verworpen; wij wandelen niet in bedrog en vervalsen ook niet het Woord van God, maar door het openbaar maken van de waarheid bevelen wij onszelf aan bij elk menselijk geweten, in de tegenwoordigheid van God.”
1 Petrus 2:12
`”Houd uw levenswandel onder de heidenen goed; opdat zij die nu van u kwaadspreken als van kwaaddoeners, door de goede werken die zij in u waarnemen, God verheerlijken mogen op de dag dat er naar hen omgezien wordt.”
Mattheüs 5:27-28
“U hebt gehoord dat tegen het voorgeslacht gezegd is: U zult geen overspel plegen. Maar Ik zeg u dat al wie naar een vrouw kijkt om haar te begeren, in zijn hart al overspel met haar gepleegd heeft.”
1 Thessalonicenzen 4:2-5
“Want u weet welke bevelen wij u gegeven hebben op gezag van de Heere Jezus.
Want dit is de wil van God: uw heiliging, dat u uzelf onthoudt van de ontucht,
en dat ieder van u zijn lichaam weet te bezitten in heiliging en eerbaarheid,
en niet in hartstochtelijke begeerte, zoals de heidenen, die God niet kennen.”
1 Thessalonicenzen 4:6
“Laat niemand over zijn broeder heen lopen en hem bedriegen door zijn handelwijze, want de Heere is een Wreker van dit alles, zoals wij u ook van tevoren gezegd en bezworen hebben.”
1 Thessalonicenzen 4:7-8
“Want God heeft ons niet geroepen tot onreinheid, maar tot leven in heiliging.
Daarom, wie dit verwerpt, verwerpt niet een mens, maar God, Die ook Zijn Heilige Geest in ons heeft gegeven.”
Spreuken 14:21
“Wie zijn naaste veracht, zondigt, maar welzalig is hij die zich over ellendigen ontfermt.”
Spreuken 28:27
“Wie aan de arme geeft, zal geen gebrek hebben, maar wie zijn ogen toesluit, zal veel vervloekt worden.”
Mattheüs 6:1
“Wees op uw hoede dat u uw liefdegave niet geeft in tegenwoordigheid van de mensen om door hen gezien te worden; anders hebt u geen loon bij uw Vader, Die in de hemelen is.”
Hebreeën 13:2
“Vergeet de gastvrijheid niet, want hierdoor hebben sommigen zonder het te weten engelen onderdak geboden.”
Hebreeën 13:15
“Laten wij dan altijd door Hem een lofoffer brengen aan God, namelijk de vrucht van lippen die Zijn Naam belijden.”
1 Johannes 3:17
“Wie dan de goederen van de wereld heeft, en zijn broeder gebrek ziet lijden, maar zijn hart voor hem toesluit, hoe kan de liefde van God in hem blijven?”
Mattheüs 7:22-23
“Velen zullen op die dag tegen Mij zeggen: Heere, Heere, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam demonen uitgedreven, en in Uw Naam veel krachten gedaan?
Dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; ga weg van Mij, u die de wetteloosheid werkt!”
Jakobus 1:23-24
“Als iemand immers een hoorder van het Woord is en geen dader, lijkt hij op een man die het gezicht waarmee hij geboren is, in een spiegel bekijkt,
want hij heeft zichzelf bekeken, is weggegaan en is meteen vergeten hoe hij eruitzag.”
Jakobus 1:25
“Hij echter die zich in de volmaakte wet verdiept, die van de vrijheid, en daarbij blijft, die zal, omdat hij niet een vergeetachtige hoorder geworden is, maar een dader van het werk, zalig zijn in wat hij doet.”
1 Johannes 1:6-7
“Als wij zeggen dat wij gemeenschap met Hem hebben en wij toch in de duisternis wandelen, liegen wij en doen de waarheid niet.
Maar als wij in het licht wandelen, zoals Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkaar, en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.”
1 Johannes 2:3-4
“En hierdoor weten wij dat wij Hem kennen, namelijk als wij Zijn geboden in acht nemen. Wie zegt: Ik ken Hem, en Zijn geboden niet in acht neemt, is een leugenaar en in hem is de waarheid niet.”
1 Johannes 2:5-6
“Maar ieder die Zijn woord in acht neemt, in hem is werkelijk de liefde van God volmaakt geworden. Hierdoor weten wij dat wij in Hem zijn.
Wie zegt in Hem te blijven, moet ook zelf zo wandelen als Hij gewandeld heeft.”
1 Johannes 4:20-21
“Als iemand zou zeggen: Ik heb God lief, en hij zou zijn broeder haten, dan is hij een leugenaar. Want wie zijn broeder, die hij ziet, niet liefheeft, hoe kan hij God liefhebben, Die hij niet gezien heeft?
En dit gebod hebben wij van Hem, dat wie God liefheeft, ook zijn broeder moet liefhebben.”
Spreuken 26:12
“Hebt u iemand gezien die wijs is in zijn eigen ogen? Voor een dwaas is er meer hoop dan voor hem.”
Mattheüs 7:1-2
“Oordeel niet, opdat u niet geoordeeld wordt;
want met het oordeel waarmee u oordeelt, zult u zelf geoordeeld worden; en met welke maat u meet, zal er bij u ook gemeten worden.”
Lukas 6:32-34
“En als u hen liefhebt die u liefhebben, wat voor dank komt u daarvoor toe? Immers, ook de zondaars hebben degenen lief die hen liefhebben.
En als u goeddoet aan hen die u goeddoen, wat voor dank komt u daarvoor toe? Immers, ook de zondaars doen hetzelfde.
En als u leent aan hen van wie u hoopt terug te ontvangen, wat voor dank komt u daarvoor toe? Immers, ook de zondaars lenen aan zondaars, om hetzelfde terug te ontvangen.”
Lukas 6:35-36
“Maar heb uw vijanden lief en doe goed, en leen zonder te hopen iets terug te krijgen. Dan zal uw loon groot zijn en zult u kinderen van de Allerhoogste zijn, want Hij is goedertieren over de ondankbaren en slechten. Wees dan barmhartig, zoals ook uw Vader barmhartig is.”
Romeinen 2:3
“En u, o mens, die hen oordeelt die zulke dingen doen, en ze zelf ook doet, denkt u dat u aan het oordeel van God zult ontkomen?”
1 Korinthe 4:5
“Oordeel daarom niets vóór de tijd, totdat de Heere komt. Hij zal ook wat in de duisternis verborgen is aan het licht brengen, en de voornemens van het hart openbaar maken. En dan zal ieder van God lof ontvangen.”
1 Korinthe 13:4-7
“De liefde is geduldig,
zij is vriendelijk,
de liefde is niet jaloers,
de liefde pronkt niet,
zij doet niet gewichtig,
zij handelt niet ongepast,
zij zoekt niet haar eigen belang,
zij wordt niet verbitterd,
zij denkt geen kwaad,
zij verblijdt zich niet over de ongerechtigheid,
maar verheugt zich over de waarheid,
zij bedekt alle dingen,
zij gelooft alle dingen,
zij hoopt alle dingen,
zij verdraagt alle dingen.”
1 Korinthe 16:14
“Laat alles bij u in liefde gebeuren.”
Spreuken 20:22
“Zeg niet: Ik zal het kwaad vergelden; wacht op de HEERE, en Hij zal u verlossen.”
Mattheüs 5:44-45
“Maar Ik zeg u: Heb uw vijanden lief; zegen hen die u vervloeken; doe goed aan hen die u haten; en bid voor hen die u beledigen en u vervolgen;
zodat u kinderen zult zijn van uw Vader, Die in de hemelen is, want Hij laat Zijn zon opgaan over slechte en goede mensen, en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.”
Efeze 4:26
“Word boos, maar zondig niet; laat de zon niet ondergaan over uw boosheid, en geef de duivel geen plaats.”
1 Thessalonicenzen 5:16-19
“Verblijd u altijd.
Bid zonder ophouden.
Dank God in alles. Want dit is de wil van God in Christus Jezus voor u.
Blus de Geest niet uit.”
Filippenzen 4:8
“Verder, broeders, al wat waar is, al wat eerbaar is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat lieflijk is, al wat welluidend is, als er enige deugd is en als er iets prijzenswaardigs is, bedenk dat.”
Bron: Herziene Statenvertaling


De Bijbel lezen: Herziene Staten Vertaling; Het Boek

Ben je nog geen volgeling van Jezus Christus en wil je meer weten over het christelijk geloof? Je kunt een Alpha cursus bij jou in de buurt volgen.